Banner PWAS

A+ A A-

Alle kinderen zijn verschillend op onze school.
Elk kind vraagt om een ander soort benadering en een ander soort begeleiding.

Op de CBS Prins Willem-Alexander proberen we aan deze verschillen tegemoet te komen. Dat heet adaptief onderwijs. Ons team heeft zich de afgelopen jaren intensief bezig gehouden met het BASproject (Bouwen aan een Adaptieve School). Dit project geeft sturing aan allerlei onderwijskundige vernieuwingen van ons onderwijs. Enkele sleutelbegrippen hierbij zijn: zelfsturing,zelfverantwoordelijkheid, zelfstandigheid en samenwerkend leren. Het BAS-project is op onze school uitgevoerd door het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hoge School in Utrecht. Hierdoor is een doorgaande lijn gerealiseerd in het leer- en onderwijsproces vanaf de jongste groepen tot het moment dat de leerlingen de school verlaten naar het voortgezet onderwijs.

VOORWAARDEN
We gaan er van uit dat kinderen alleen kunnen "groeien" als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
relatie: Ik ben iemand waar anderen op gesteld zijn en ik heb die ander nodig
autonomie: Ik ben zelfstandig, leer mij het zelf te doen
competentie: Ik ben iemand die iets kan


Dat kan alleen vanuit een omgeving waar:
• de kinderen uitgedaagd worden
• de kinderen ondersteund worden
• de kinderen vertrouwen krijgen


REALISATIE
Dit alles proberen we bij ons op school te realiseren. Door het werken met BAS kijken we kritisch naar de schoolsituatie op dit moment, waarbij we vervolgens doorlopend de uitgangspunten van ons onderwijs op een hoger plan brengen.

Bouwen aan een adaptieve school is een zaak waar de gehele schoolorganisatie bij betrokken is. Het hele schoolteam neemt de verantwoordelijkheid voor de afstemming van het onderwijs op de behoeften van alle kinderen. Binnen het BAS-project wordt daarom veel waarde gehecht aan een gezamenlijk ontwikkelingsproces van het gehele team. Het vernieuwen van het onderwijs en de school wordt opgevat als een doorgaand proces. Adaptief onderwijs kan niet in een eenmalige, geïsoleerde actie worden gerealiseerd.

BAS is gericht op preventie van leer- en gedragsproblemen. Het bouwt aan de verbetering van de fundamenten van het onderwijs:
• de instructie
• de interactie
• de structuur
• de zelfstandigheid
• het samenwerkend leren, etc.

Onze werkwijze (hoe we dit adaptieve onderwijs willen uitvoeren) hebben we vastgelegd in BAS-documenten. Jaarlijks evalueren we alles wat we in het kader van BAS hebben afgesproken en zo nodig stellen we zaken bij, om het daarna weer te borgen. Door deze cyclus houden we theorie en praktijk levendig en actueel. Momenteel verdiepen we ons in in BAS+. We onderzoeken de verdiepingsmogelijkheden op bepaalde onderdelen van ons BAS-onderwijs. Ook in het komende schooljaar willen we daarmee verder gaan.

WERKEN AAN ADAPTIEF ONDERWIJS: EEN INTENSIEVE KLUS
Hamvraag is: hoe kan de school een adaptieve school worden? Voordat deze vraag beantwoord wordt, maken we eerst een kanttekening vooraf. Van een school kan niet zomaar een ‘adaptieve school’ worden gemaakt. Wel kan de school maatregelen treffen, waardoor de onderwijsactiviteiten steeds beter gaan passen bij het concept van de adaptieve school. Bouwen aan een adaptieve school is dus veel meer een ontwikkelingsproces dat in nauwe samenwerking tussen schoolleiding en leerkrachten op gang wordt gebracht.
Voor het beter omgaan met verschillen wordt door de school als geheel een behoorlijk forse inspanning geleverd. Zo richt het onderwijs in de klas zich meer dan ooit op het verbeteren van de leerhouding van kinderen. Ook worden er in het team goede afspraken gemaakt over het afstemmen van onderwijsactiviteiten in de klas en de pedagogische benadering van leerlingen. Tenslotte: meten is weten! Daarom kan een school die adaptief onderwijs wil geven niet zonder een goed systeem om leerresultaten van kinderen te volgen. Om meer te kunnen toegroeien naar het concept van de adaptieve school, werken wij op onze school rond zes belangrijke bouwstenen. We geven hieronder een korte toelichting.

1. STRUCTUUR
Op het niveau van de onderwijsleeractiviteiten is het werken aan structuur wenselijk. Structuur heeft daarbij betrekking op zowel de inrichting van de ruimtes in de school, als het handelen van de leerkrachten en de lesplanning. Onze school heeft een uitnodigend en overzichtelijk uiterlijk. De werkplekken en gemeenschappelijke ruimtes zijn praktisch en goed onderhouden. De klaslokalen gezellig, ordelijk en overzichtelijk. Ons schoolplein is ruim en uitdagend ingericht met een flink aantal uitdagende speeltoestellen. Behalve structuur in de leeromgeving, vraagt invoeren van adaptief onderwijs ook om structuur in het handelen van leerkrachten. Wij noemen dat voorspelbaarheid in leerkrachtgedrag. We plannen vaste les- en ondersteuningsmomenten en we hebben duidelijke regels en afspraken in onze school, waarvan ook de ouders op de hoogte zijn. Lesvoorbereiding tenslotte maakt het gemakkelijker vooraf in te schatten welke leerlingen voor extra aandacht in aanmerking komen. We maken daarvoor gebruik van de instructietafel. Een gevolg van een goede structuur is, dat de leerlingen rustiger
werken en leerkrachten daardoor meer tijd beschikbaar krijgen om inhoudelijk met de kinderen aan de slag te gaan. Bovendien blijkt uit onderzoek dat binnen een duidelijke structuur kinderen zich positiever gaan gedragen.

2.INTERACTIE
Er zijn door alle groepen heen duidelijke afspraken rondom de beoordelingen, zowel schriftelijk als mondeling. Daarbij houden we rekening met de verschillen tussen kinderen (differentiatie) en proberen we hun zelfvertrouwen en motivatie positief te stimuleren. Voor een deel leren we kinderen hun eigen werk te controleren, dit gebeurt al vanaf de onderbouw. Ook gebruiken we in iedere groep een verkeerslicht waarmee de leerkracht duidelijk aangeeft of hij/zij beschikbaar is voor de leerling, er samengewerkt mag worden of dat er volledige stilte moet heersen. Dat schept duidelijkheid en rust. De kwaliteit van de interactie is vooral cruciaal tijdens het geven en beoordelen van werk, het helpen van leerlingen en op momenten dat kinderen in kwetsbare posities terechtkomen (bv. een leerling voor het bord). Als dit goed gebeurt, ontstaat zelfvertrouwen bij de leerlingen en zullen zij ook vertrouwen in anderen gaan ontwikkelen.

3. ZELFSTANDIGE LEERHOUDING
Wij hanteren de schoolregels op een zodanige wijze dat het een bijdrage levert aan een stimulerend pedagogisch klimaat in combinatie met veiligheid en duidelijkheid binnen de school. Om zo langs de weg der geleidelijkheid te komen tot een werkklimaat, waarin de kinderen het proces van “zelfstandig leren” meemaken en “doorleven”. Hierdoor ontstaat een werkhouding die los van de leerkracht tot leerresultaten gaat leiden. Voor de bevordering van de zelfstandige leerhouding maken we in alle groepen gebruik van gevisualiseerde dag- of weektaken. Daarbij is voor alle groepen een doorgaande lijn zichtbaar.

4. INSTRUCTIE
De laatste jaren is er landelijk bekeken duidelijk meer toegenomen aandacht voor de effectiviteit van het instructie geven. Op zich is dit geen garantie dat er meer oog is voor de leerhouding van kinderen, maar het levert wel een belangrijke bijdrage. De manier waarop onze leerkrachten instructie geven werkt motiverend en roept succeservaringen op. Voor het realiseren van adaptief onderwijs is daarom de inhoud en organisatie van het instructieproces van belang. Door het werken met een instructietafel, interactieve groepsinstructie, voorinstructie, zelfinstructie, de samenstelling van instructiegroepen, leren met een maatje en het gebruik van de computer weten wij goed om te gaan met verschillen.

5. COÖPERATIEF LEREN
Werken aan adaptief onderwijs zonder daarbij vormen van samenwerkend leren binnen de school door te voeren is niet goed mogelijk. Juist de samenwerkingsrelatie heeft een positief effect op het ontstaan van zelfvertrouwen en leermotivatie. Wij zijn dan ook sterk gericht op aandacht voor effectieve leergroepen, op kennismaking en introductie in de nieuwe groep en we hebben duidelijke afspraken ter voorkoming en verspreiding van ongewenst gedrag. Daarnaast bevorderen we het tandemleren, waarbij kinderen in groepjes van twee met een opdracht aan de slag gaan.

6. PLANNINGSSYSTEEM.
Onze school hanteert een systematiek om de ontwikkeling van kinderen te volgen en treft waar nodig en mogelijk aanvullende- en remediërende maatregelen. We maken gebruik van een goed toets- en observatie-instrumentarium en van methodegebonden toetsen. We werken daarbij met een toets- en observatiekalender, zodat alle onderdelen worden gevolgd en vastgelegd. Tevens hebben we voor elke groep een groepsmap en wordt er van iedere leerling leerlingvolgsysteem bijgehouden. Er zijn afspraken rondom het gebruik van deze voor een groot deel digitale groeps- en leerlingmappen.

WAT WIJ HOREN OVER HET BAS-PROJECT
Momenteel werken bijna vierhonderd scholen met het BAS programma. Ook in het voortgezet onderwijs wordt inmiddels van het programma gebruik gemaakt. Uit
gesprekken met deelnemende scholen blijkt, dat BAS een aantal karakteristieken heeft die in hoge mate blijken bij te dragen aan het succes in de scholen c.q. de waardering door schoolteams en –directies. Daarnaast krijgen we vanuit het voortgezet onderwijs vaak complimenten over de zelfstandige werkhouding van onze leerlingen.